De historie van de Mattheüskerk
De Mattheüskerk is een herkenbaar icoon in Oog in Al (Halve Maan), een typische Utrechtse wederopbouwwijk. Het verhaal van de kerk is nauw verweven met de groei van de wijk en de overbrugging van barrières – zowel fysiek als kerkelijk.
Het prille begin: Een verlangen naar nabijheid
Vóór de Tweede Wereldoorlog waren de bewoners van Oog in Al voor hun kerkbezoek aangewezen op de Vredeskerk. Het Merwedekanaal vormde echter een natuurlijke barrière, waardoor de roep om een eigen plek in de wijk steeds sterker werd.
Onder de naam ‘Onderling Verband’ kwam de gemeenschap eerst samen in een gymnastieklokaal aan het Beethovenplein. In 1938 leidde dit tot de stichting van een ‘Nederlands Hervormd Wijkhuis’. Hoewel de Tweede Wereldoorlog de activiteiten tijdelijk stillegde, groeide het verlangen naar een eigen gebouw na de oorlog alleen maar verder door de snelle woningbouw in de wijk.
1952: Een moderne 'zaalkerk' verrijst
In 1952 werd de Mattheüskerk officieel in gebruik genomen als Nederlands Hervormde Kerk. Het gebouw werd ontworpen door de architecten Gijs en Teun van Hoogevest uit Amersfoort.
Zij ontwierpen een zogenaamde ‘zaalkerk’: een kerk zonder pilaren, waardoor er vanuit elke hoek een vrij en onbelemmerd zicht is op het liturgisch centrum. Dit geeft de kerk tot op de dag van vandaag zijn karakteristieke open en ruimtelijke sfeer.
Wisseling van de wacht
Door landelijke kerkelijke fusies (het Samen op Weg-proces) kwam het gebouw in 1993 leeg te staan. De hervormde gemeente verhuisde naar de nabijgelegen Pniëlkerk.
Dit bood een nieuwe kans voor de Christelijke Gereformeerde Kerk van Utrecht-Noord (Zuilen), die op zoek was naar een nieuwe plek. In april 1996 betrok zij het gebouw en sindsdien staat de kerk bekend als de thuisbasis van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Utrecht-West.
Een kerk van de wijk
De bouw van de Mattheüskerk was een echt gemeenschapsproject. Twee vermogende wijkbewoners kochten de grond, maar de financiering van de bouw (destijds 300.000 gulden) was een enorme opgave. De centrale kerkvoogdij zegde de helft toe, mits de wijk de andere helft zelf opbracht. Met dameskransen, bazaars en verlotingen zette heel Oog in Al de schouders eronder.
Een bemoedigend begin
Op 19 december 1948 vond de eerste dienst in de wijk plaats in de Johan de Wittschool. De start was spannend; vijf minuten voor aanvang waren er pas 15 mensen. Maar vlak voor de klok van zeven stroomde de zaal vol met 260 kerkgangers. Zelfs de schoolbankjes werden als zitplaats gebruikt. Dit enthousiasme was de doorslaggevende stimulans voor de bouw aan de Hendrika van Tussenbroeklaan.
De eerste steen
Op 13 februari 1952 ging de eerste spa in de besneeuwde grond. Ds. Lekkerkerker sprak daarbij memorabele woorden over de strijd en het gebed die nodig waren geweest voor dit moment. Op 5 april volgde de officiële eerste steenlegging. Deze steen is nog steeds te vinden in de deurpost van de hoofdingang en draagt de tekst uit 1 Korinthiërs 3:11:
‘Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen.’
Ingebruikname en het orgel
Op 21 december 1952 werd de eerste openbare dienst gevierd. Het zou echter nog zes jaar duren voordat de kerk haar bekende klank kreeg; op 13 december 1958 werd het Sanders en Blank-pijporgel ingewijd door de Utrechtse Dom-organist Stoffel van Viegen.
Het gevelreliëf
Wie voor de hoofdingang van de Mattheüskerk staat, kan niet om het indrukwekkende beeldhouwwerk op de voorgevel heen. Dit zogenaamde gevelreliëf is gemaakt door de bekende Rotterdamse beeldhouwer Han Richters.
Richters was in de jaren '50 een vooraanstaand kunstenaar; hij is onder andere de maker van het nationale bevrijdingsmonument bij Hotel de Wereld in Wageningen. Dat juist hij werd gevraagd voor de Mattheüskerk, onderstreept de zorg en kwaliteit waarmee het gebouw is ontworpen.
Het reliëf beeldt de gelijkenis van de vijf wijze en de vijf dwaze meisjes (of maagden) uit. Dit is niet zomaar een bijbelverhaal; het is een bewuste keuze met een knipoog naar de naam van het gebouw. Dit specifieke verhaal komt namelijk alleen voor in het Evangelie naar Mattheüs. Hiermee draagt het gebouw zijn identiteit letterlijk op de gevel.
Met dank aan wijlen Bouke Stremler (1930-2019) voor het vastleggen van de historie van onze gemeente.